Vaknieuws

Geschreven op
20 oktober 2014


Deel dit artikel

Facebook

Twitter

LinkedIn

Nieuwsbrief oktober 2014

Cliëntennieuwsbrief TAXContent 3 oktober 2014

In dit nummer onder andere:

– Beschikking geen loonheffing (BGL) vervangt VAR

– Wijzigingen WKR in Belastingplan 2015

– Minder marge in gebruikelijk loon dga

– Afkoop nettolijfrente onder voorwaarden mogelijk

– Opnieuw 80%-regeling bij opname levenslooptegoed

– 6% btw op verbouwing verlengd tot 1 juli 2015
De ondernemer en de dga

VAR maakt plaats voor Beschikking geen loonheffing (BGL)

Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden. Volgens de staatssecretaris zou de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) schijnzelfstandigheid juist in de hand werken: arbeidskrachten werken op papier als zzp’er, maar vervullen in de praktijk in feite een dienstbetrekking. De staatssecretaris stelt daarom voor om de Beschikking geen loonheffing (BGL) in te voeren. De BGL moet zowel de opdrachtgever als de zzp’er verantwoordelijk maken voor de vraag of sprake is van een dienstbetrekking. Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. Als deze vragenreeks tot een beschikking leidt, staat daarin vermeld onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever moet de beschikking vervolgens goed controleren en daarna pas de opdracht daadwerkelijk verstrekken. De zzp’er hoeft straks overigens niet voor elke opdracht een nieuwe beschikking aan te vragen. Hij kan dezelfde beschikking gebruiken bij opdrachten waar werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn.

Let op!

Als het wetsvoorstel Beschikking geen loonheffing door de Tweede en Eerste Kamer wordt aangenomen, zal de VAR plaats moeten maken voor de BGL. Wanneer dat precies gaat gebeuren is nog niet bekend. Wel heeft de staatssecretaris aangegeven dat VAR’s die voor het kalenderjaar 2014 zijn afgegeven ook in de eerste maanden van het kalenderjaar 2015 kunnen worden gebruikt.

 Minder marge in gebruikelijk loon dga

Als het aan de staatssecretaris ligt, mag de Belastingdienst binnenkort het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder (dga) vaststellen op 75% van het loon dat hoort bij de meest vergelijkbare dienstbetrekking. De inspecteur zal dan uiteraard wel aannemelijk moeten maken dat het zakelijk loon van de dga meer moet zijn dan het wettelijk gebruikelijk loon van € 44.000 (geldt ook in 2015). Onder de huidige regeling mag de inspecteur het gebruikelijk loon vaststellen op het loon van de meest verdienende werknemer in de bv of, als dit meer is, 70% van het loon van een gewone werknemer in soortgelijke omstandigheden. In het laatste geval moet de fiscus een marge aanhouden van 30%. In het Belastingplan voor 2015 stelt het kabinet voor om de marge te verlagen van 30% naar 25%. De inspecteur mag daarbij bovendien uitgaan van de dienstbetrekking die – afgezien van het ontbreken van een aanmerkelijk belang – het best is te vergelijken met de functie van de dga.

Let op!

De Belastingdienst heeft minimaal een jaar nodig om nieuwe afspraken te maken met inhoudingsplichtigen over de hoogte van het toe te passen loon voor dga’s. Voor 2015 is daarom voorzien in overgangsrecht.

Plannen voor herziening belastingstelsel

Op Prinsjesdag zond de staatssecretaris naast het Belastingplan 2015 ook een Kamerbrief met zijn keuzes voor een beter belastingstelsel naar de Tweede Kamer. Hierin maakt hij duidelijk dat het kabinet met een stelselherziening 100.000 banen wil creëren door de lasten op arbeid met 15 miljard euro te verlichten. Daarnaast moet deze herziening het huidige systeem van belastingen en toeslagen sterk vereenvoudigen zonder de koopkracht aan te tasten. Specifieke maartregelen die de staatssecretaris nu al noemt en per 2016 wil invoeren zijn het verhogen van de aanslaggrenzen, het gedeeltelijk uit de loonbelasting halen van de dga, het schrappen van de middelingsregeling en het vereenvoudigen van pensioen in eigen beheer. Ook onderzoekt hij of de WBSO en de RDA samengevoegd kunnen worden in een één geïntegreerde regeling in de loonheffingssfeer en hint op een verlaging van de vennootschapsbelasting.

Vennootschapsbelasting

Overheidsondernemingen worden Vpb-plichtig

Een ander belangrijke Prinsjesdagstuk is het Wetsvoorstel modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen. Doel van deze wet is het verminderen van oneerlijke concurrentie tussen private ondernemingen en overheidsondernemingen. Onder de huidige regeling zijn overheidsbedrijven in beginsel vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Voorgesteld wordt om overheidsbedrijven per 1 januari 2016 te belasten voor zover zij een materiële onderneming drijven. De rechtsvorm van de overheidsonderneming zal overigens geen invloed hebben op de eventuele belastingplicht.

Liquidatieverliesregeling behoeft geen aanpassing

De staatssecretaris heeft onlangs gereageerd op Kamervragen over de liquidatieverliesregeling en het ‘niet-voortzettingsvereiste’, dat daar een wezenlijk onderdeel van vormt. De liquidatieverliesregeling is een tegemoetkoming voor belastingplichtigen doordat winsten op de investering (voordelen uit de dochtermaatschappij) vrijgesteld zijn onder de deelnemingsvrijstelling, terwijl een eventueel verlies bij liquidatie (onder voorwaarden) kan worden genomen. Maar door het ‘niet-voortzettingsvereiste’ mag het liquidatieverlies nog niet worden genomen zolang een deel van de onderneming (van de geliquideerde dochtermaatschappij) wordt voortgezet binnen het concern. Volgens de staatssecretaris zou een verruiming van deze regeling niet alleen leiden tot een budgettaire derving, maar zet ook de deur open voor mogelijk misbruik en het dubbel in aanmerking nemen van verliezen. Bovendien heeft de staatssecretaris geen signalen ontvangen dat belastingplichtigen zich genoodzaakt zien activiteiten te beëindigen omwille van een liquidatieverlies, terwijl zij die activiteiten hadden willen voortzetten. Ook wijst de staatssecretaris op het tegemoetkomend beleid dat is ontwikkeld ten aanzien van het niet-voortzettingsvereiste. Bedrijven kunnen dus op verschillende manieren binnen de kaders van de wet ervoor zorgen dat het liquidatieverlies niet verloren gaat. Herziening van de liquidatieregeling is volgens de staatssecretaris dan ook niet nodig.

Wilt u meer informatie over de werking van de liquidatieverliesregeling, neem dan contact met ons op.

 Meer duidelijkheid over innovatiebox in nieuw besluit

Op 1 september 2014 is een besluit in werking getreden waarin de innovatiebox uitvoerig wordt beschreven, nader toegelicht en verder ingevuld. In dit besluit benadrukt de staatssecretaris dat de innovatiebox optioneel is. Door toepassing van de innovatiebox worden de netto-opbrengsten uit bepaalde immateriële activa van vpb-plichtige lichamen onder voorwaarden belast tegen een effectief tarief van 5%. Naast binnenlandse lichamen kunnen ook buitenlandse lichamen met een vaste inrichting in Nederland die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting de innovatiebox toepassen. Maar ook een Vpb-plichtig lichaam dat onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden uitbesteed, mag van de staatssecretaris gebruik maken van de innovatiebox. Wel moet dat lichaam aannemelijk kunnen maken dat zij beslissingsbevoegd en functioneel in staat is de onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden aan te sturen. Verder geeft de staatssecretaris aan dat sprake is van een zelf voortgebracht immaterieel activum als het betreffende lichaam het immateriële activum voor eigen rekening en risico ontwikkelt. Het is dus niet mogelijk om de innovatiebox toe te passen als het immateriële activum nog in ontwikkeling is.

Let op!

Wilt u gebruik maken van de innovatiebox? Dan kunt u uw keuze kenbaar maken in de aangifte zolang de aanslag over het desbetreffende jaar nog niet onherroepelijk vaststaat. Wel kan de keuze bijvoorbeeld bij twijfel over de winstgevendheid van het immateriële activum tot een later jaar worden uitgesteld.

Buitenlandse boete vanaf 2015 niet meer aftrekbaar

Op dit moment kunnen ondernemingen geldboetes die worden opgelegd door een Nederlandse rechter, overheidsinstelling of door een instelling van de EU niet ten laste van hun winst brengen. Deze regel geldt echter niet voor buitenlandse boetes. Maar dit gaat met ingang van 1 januari 2015 veranderen. Per die datum zijn ook buitenlandse boetes niet langer aftrekbaar. Ook het aanmerken van aan werknemers opgelegde buitenlandse boetes als eindheffingsloon behoort straks tot de verleden tijd.

BTW

Elektronische diensten altijd belast in land van klant

Vanaf 2015 worden telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten altijd belast in het land waar de klant (particulier of ondernemer) woont of is gevestigd. Momenteel betaalt de klant die ondernemer is in een ander EU-land al btw in zijn eigen land (dit heet de verleggingsregeling). Met ingang van 1 januari 2015 moet ook de dienstverlener die een telecommunicatie-, omroep- en elektronische dienst verleent aan een particulier btw betalen in het EU-land waar die klant woont. Om btw-registraties in verschillende EU-landen te voorkomen, kunnen dienstverleners straks gebruik maken van het mini-one-stop-shop-systeem. Zij registreren zich dan in één EU-land en dragen in dat EU-land de btw af die zij vanwege de telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten in de gehele EU zijn verschuldigd. De lidstaat van registratie verdeelt de btw-afdracht dan over de lidstaten die daar recht op hebben.

Let op!

Ook al mag de dienstverlener btw in één EU-land aangeven, dan nog moet hij het btw-tarief hanteren dat geldt in het land waar de klant woont of is gevestigd.

Uitbetaling btw op bankrekening van een ander

Per 1 januari 2015 wordt in de wet geregeld dat uitbetalingen van btw kunnen plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van een ander dan de ondernemer die recht heeft op de teruggaaf. De staatssecretaris heeft geconstateerd dat de één bankrekeningnummermaatregel tot onbedoelde problemen voor ondernemers kan leiden bij de uitbetaling van omzetbelasting. Het gaat hierbij vooral om bedragen die rechtstreeks aan fiscaal vertegenwoordigers worden uitbetaald of btw die aan een gelieerde vennootschappen worden uitbetaald. Vanaf 2015 betaalt de Belastingdienst alleen nog maar de teruggaven inkomstenbelasting en toeslagen uit op één bankrekening, die op naam staat van de rechthebbende zelf.

Let op!

De staatssecretaris heeft al eerder aangekondigd dat de tenaamstellingsverplichting voor de omzetbelasting per 1 januari 2015 komt te vervallen. Ondernemers die vóór die datum een teruggaaf willen laten uitbetalen op een bankrekening van een ander kunnen tot die tijd, onder voorwaarden, gebruik maken van de goedkeuring.

Houd rekening met btw-herziening bij bedrijfsovername

De Hoge Raad oordeelde in een recente zaak dat de verplichting tot afdracht van herzienings-btw ineens aan het eind van het jaar ontstaat en niet in de loop van het jaar. Wie dus een onderneming overneemt waarin zich een pand bevindt, waarvoor een herzieningsverplichting geldt, mag de af te dragen btw wegens herziening niet naar tijdsgelang berekenen. Een bv die op 12 december 2007 een onderneming overnam waartoe ook een gebouw behoorde, werd hiermee geconfronteerd. De overname vond plaats met toepassing van de vrijstelling van btw voor overdracht van een algemeenheid van goederen. Toch moest de bv alsnog herzienings-btw voor een heel jaar voor het gebouw afdragen, want het gebouw was namelijk een paar jaar eerder belast geleverd en daarbij was de volledige btw afgetrokken. Vanaf 1 januari 2007 was men het gebouw echter voor een deel vrijgesteld gaan verhuren, zodat de btw moest worden herzien. De bv – de koper van de onderneming en het gebouw – stelde dat de herzienings-btw gedurende het jaar 2007 was opgekomen en dat zij dus alleen de herzienings-btw van 12 tot en met 31 december 2007 hoefde af te dragen. Maar de Hoge Raad wees de bv erop dat een btw-afdracht voortvloeit uit een jaarlijkse herziening aan het einde van het jaar. De bv moest de herzienings-btw dus in zijn geheel afdragen aan het eind van 2007.

6% btw op verbouwing verlengd tot 1 juli 2015

Bepaalde renovatie- en herstelwerkzaamheden vallen sinds 1 maart 2013 onder het verlaagde btw-tarief van 6%. Het gaat hierbij om werkzaamheden aan woningen die meer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. De toepassing van het verlaagde tarief op de renovatiewerkzaamheden zou in eerste instantie eindigen per 1 januari 2015. Maar deze regeling wordt nu verlengd tot 1 juli 2015.

Let op!

Het verlaagde btw-tarief van 6% geldt alleen voor werkzaamheden die worden afgerond vóór 1 juli 2015. Het gaat hier overigens alleen om de arbeid die wordt verricht en niet de materialen.

Familievermogensrecht

Rente betaald met schenking van familie soms aftrekbaar

Wie een bedrag leent van een familielid om een eigen woning te financieren heeft ook recht op renteaftrek. Het is soms zelfs mogelijk om de verschuldigde rente af te lossen met een jaarlijkse schenking van datzelfde familielid. Zo had een man € 45.000 van zijn ouders geleend om het aandeel van zijn ex-echtgenote in de eigen woning over te nemen. Hij moest jaarlijks 5% rente vergoeden over deze lening en dat deed hij ook totdat hij in 2009 in financiële problemen raakte, waardoor hij de rente niet meer kon betalen. Hij besloot dit bedrag op te tellen bij zijn schuld. Hij hield een nauwkeurige administratie bij waarin hij ook een schenking van € 5.000 had verwerkt die hij al jarenlang rond kerst kreeg van zijn ouders. Vanaf 2009 gebruikte de man namelijk een deel van deze schenking om de verschuldigde rente te betalen. Hij gaf deze rentebetaling van € 2.250 op als hypotheekrente in zijn aangifte inkomstenbelasting. Volgens de rechter was hier geen sprake van een ‘kasrondje’ of kwijtschelding, zoals de inspecteur bepleitte. Het feit dat de schenking niet plaatsvond via een notariële akte, maakte het oordeel niet anders. De man mocht het op de lening bijgeboekte bedrag van € 2.250 aftrekken als hypotheekrente.

Wilt u meer over schenken en lenen in familieverband? Informeer ernaar bij ons.

Let op!

Sinds 1 januari 2013 moet in de leningsovereenkomst ook zijn opgenomen dat de schuldenaar in maximaal 360 maanden de lening aflost. De aflossing moet jaarlijks op zijn minst annuïtair worden afgelost.

Geen schenkbelasting verschuldigd ondanks gratis woongenot

Het verstrekken van gratis woongenot kan onder omstandigheden als een schenking worden bestempeld. Maar dan mag het woongenot niet direct opeisbaar zijn. Een dame die sinds 1991 in een huis woonde dat haar zoon had gekocht, stelde dat zij geen schenkbelasting hoefde te betalen, omdat haar zoon het woongenot direct kon opeisen. In 1993 trouwde en verhuisde deze zoon voor zijn werk naar het buitenland. De vrouw bleef kosteloos in het huis wonen. Vijftien jaar later keerde haar zoon terug naar Nederland en kocht een andere woning voor zichzelf en zijn vrouw. De inspecteur nam het standpunt in dat er in 1995 sprake was van een bruikleenovereenkomst of in elk geval een schenking van een vruchtgebruik. Maar de rechter was het met de vrouw eens dat haar zoon het woongenot direct kon opeisen en dat was ook niet ondenkbaar (als zijn contract in het buitenland zou zijn beëindigd). De zoon verarmde dus niet. En dat is wel vereist voor een schenking. Hij verarmde evenmin met huuropbrengsten die hij had kunnen bedingen. Hij kon immers niet verarmen met iets wat nooit tot zijn vermogen had behoord. Het hof verklaarde het beroep van de vrouw gegrond en vernietigde de aanslag schenkbelasting.

Verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning wordt niet verlengd

Het is inmiddels algemeen bekend dat de verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ondanks het pleidooi van makelaars, niet zal worden verlengd. De mogelijkheid om fiscaal voordelig tot € 100.000 te schenken ten bate van de eigen woning loopt dus tot en met 31 december 2014. De Vereniging van Estate Planners (EPN) pleit nu voor een fiscaal gefacilieerde repeterende schenking waarbij ouders tien jaar lang belastingvrij vijfduizend euro per jaar kunnen schenken aan uw kind(eren). Volgens de EPN is dit een nieuwe mogelijkheid om de woningmarkt te stimuleren.

Let op!

De kans dat de Belastingdienst met een dergelijke schenking akkoord gaat is vrij miniem. De Belastingdienst heeft eerder dit jaar de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) al laten weten dat wanneer in één akte meerdere schenkingen aan dezelfde begiftigde zijn opgenomen, de repeterende schenkingen in één keer worden belast op het moment dat de eerste van de opschortende voorwaarden wordt vervuld.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Wijzigingen WKR in Belastingplan 2015

Zoals eerder aangekondigd zijn alle werkgevers vanaf 1 januari 2015 verplicht de werkkostenregeling (wkr) toe te passen. Met de wkr kunnen werkgevers hun personeelsleden tot het vastgestelde percentage van 1,2% (in 2015) van de totale loonsom onbelast laten profiteren van vergoedingen en verstrekkingen. De verlaging van de vrije ruimte van 1,5% naar 1,2% is volgens het kabinet noodzakelijk om de aanpassingen in 2015 te compenseren. Zo worden gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur in 2015 onder de wkr vrijgesteld van loonbelasting zolang wordt voldaan aan het noodzakelijkheidscriterium. Verder hoeft de werkgever vanaf 2015 pas aan het eind van het kalenderjaar, in plaats van per tijdvak, te toetsen of de vrije ruimte wordt overschreden. Een andere wijziging is dat de regeling voor personeelskorting onder het regime van vrije vergoedingen en verstrekkingen nagenoeg geheel als gerichte vrijstelling wordt gecontinueerd in de wkr. Het voordeel mag echter niet meer bedragen dan 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten en niet meer dan € 500 per werknemer per jaar. In 2015 komt er ook een concernregeling waarmee de verschuldigde belasting bij overschrijding van de vrije ruimte op concernniveau kan worden vastgesteld. Voor toepassing van deze regeling is onder andere vereist dat bij de moedermaatschappij sprake is van vrijwel volledige eigendom (95%-eis) van de (klein)dochtermaatschappij(en). Een concern kan op het uiterste afrekenmoment kiezen om de concernregeling al dan niet toe te passen.

WGA-stelsel eerlijker door afschaffing driejaarstermijn

Werkgevers kunnen momenteel er voor kiezen om de WGA-lasten van werknemers met een vast dienstverband zelf te dragen of onder te brengen bij het UWV. Wanneer een werkgever terugkeert naar het UWV is hij verplicht daar drie jaar te blijven. Andersom geldt er geen termijn. Volgens assurantiemakelaar Aon ontstaat er hierdoor een ongelijke uitgangspositie. Voor werkgevers die hun risico’s bij het UWV onderbrengen, ontstaat daarmee de situatie dat eigenrisicodragerschap ineens aantrekkelijker kan worden, maar zij niet kunnen overstappen omdat ze gebonden zijn aan de driejaarstermijn van het UWV. Anderzijds mogen werkgevers die eigenrisicodrager zijn, wel de overstap maken naar het UWV als hen dat beter uitkomt. Aon pleit daarom voor afschaffing van de driejaarstermijn. Deze driejaarstermijn blijkt ook op een ander punt niet eerlijk te zijn. Een werkgever die het eigenrisicodragerschap zelf intrekt, mag gedurende drie jaar na deze beëindiging niet weer eigenrisicodrager worden. Als het eigenrisicodragerschap tot een einde komt doordat de werkgever de verzekeraar de garantieverklaring heeft laten intrekken, is de werkgever niet gebonden aan de driejaarstermijn. Volgens Aon kan deze ongelijkheid worden rechtgetrokken door op 1 januari 2016 een vrije keuzemoment te creëren voor alle werkgevers om te kiezen voor het eigenrisicodragerschap voor de WGA én de Ziektewet.

Let op!

Werkgevers kunnen met ingang van 1 januari 2016 ook eigenrisicodrager worden voor de

WGA-lasten van (ex-)werknemers.

Arbeidskorting in 2015

Het kabinet is van plan de arbeidskorting met ingang van 2015 te verhogen van € 2.097 naar
€ 2.220 in 2015. Voor de hogere inkomens wordt de arbeidskorting afgebouwd tot nihil. De arbeidskorting wordt afgebouwd bij een inkomen tussen € 49.900 en € 100.800.

Hoogte afbouwgrens arbeidskorting

2015 2016 2017
was wordt was wordt was wordt
Afbouwgrens (begin) € 41.300 € 49.900 € 42.200 € 50.300 € 43.200 € 51.100
Eindpunt afbouwtraject € 92.200 € 100.800 € 104.100 € 112.200 € 109.600 € 117.500
Mutatie afbouwgrens € 8600 € 8100 € 7900

Let op!

Deze voorgestelde (wets)wijzigingen zijn nog niet definitief. Het wetsvoorstel Belastingplan 2015 treedt pas in werking als de Tweede en Eerste Kamer hiermee instemmen.

Auto

Parkeergegevens afstaan aan fiscus niet in strijd met privacywetgeving

De Belastingdienst had voor de controle van het gebruik van de auto van de zaak parkeergegevens van belastingplichtigen opgevraagd bij het bedrijf SMS Parking. Het ging hier om klanten die met de diensten van SMS Parking via hun telefoon parkeergeld hadden betaald. De rechtbank oordeelde eind vorig jaar nog dat het overdragen van parkeergegevens aan de Belastingdienst niet mocht omdat dit zou botsen met de privacy. Het hof heeft onlangs beslist dat SMS Parking toch de kentekengegevens en geparkeerde tijd van haar klanten moest overdragen aan de Belastingdienst. Volgens het hof zijn deze parkeergegevens niet meteen te herleiden naar personen. Alle niet-relevante gegevens worden bovendien direct na filtering vernietigd.

Hummer vanaf 2016 een stuk duurder

Door een wijziging in de Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) vallen ‘PC-Hoofttractoren’ zoals de Hummer voortaan in de categorie ‘zware personenauto’s’ en niet in de relatief goedkope categorie ‘vrachtauto’. Hierdoor gaan de aanschaf – en wegenbelasting voor deze auto’s vanaf 1 januari 2016 dus flink omhoog. Maar er worden meer aanpassingen in de regelingen voor auto’s verwacht. De ‘Autobrief’ waarin de wijzigingen uiteen worden gezet is op Prinsjesdag niet gepubliceerd, maar zal binnenkort aan de Tweede Kamer worden gestuurd. De maatregelen zullen naar verwachting al per 1 januari 2016 ingaan. Wij houden u op de hoogte.

Let op!

Vanaf 2016 is er pas sprake van een ‘vrachtauto’ als het deel dat is bedoeld voor de ‘vracht’ groter of gelijk is aan het deel dat bestemd is voor het vervoer van personen.

Toekomstvoorzieningen

Afkoop netto lijfrente onder voorwaarden mogelijk

Het zal u niet zijn ontgaan dat het vanaf 1 januari 2015 niet meer mogelijk is om pensioen op te bouwen boven de € 100.000. Het is voor mensen met een inkomen dat daarboven ligt, wel toegestaan om over het netto-inkomen zelfstandig bij te sparen voor de oudedagsvoorziening via een netto lijfrente. Aangezien het gespaarde bedrag dan in box 3 van de inkomstenbelasting valt, kan men een beroep doen op een vrijstelling in deze box. Eerder dit jaar heeft het kabinet al aangegeven dat (gedeeltelijke) afkoop van zo’n netto lijfrente mogelijk is, bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid. In het Belastingplan is opgenomen dat in dat geval alsnog een bedrag in box 3 in aanmerking moet worden genomen. Dit bedrag is een forfaitaire benadering van het genoten box 3-voordeel. Hierbij geldt wel een tegenbewijsregeling om te voorkomen dat deze forfaitaire benadering onevenredig ruw uitwerkt.

Wilt u meer weten over de ontwikkelingen op pensioengebied? Informeer ernaar bij ons.

Let op!

In box 3 komt straks ook een afzonderlijke vrijstelling voor netto pensioenen. Daarbij wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels van de Wet op de loonbelasting voor be-schikbarepremieregelingen.

Opnieuw 80%-regeling bij opname levenslooptegoed

Sparen in de levensloopregeling is sinds 1 januari 2012 niet meer mogelijk. Wel is het zo dat mensen die in het jaar 2013 hun volledige tegoed opnamen, slechts over 80% belasting hoefden te betalen. Wie onder het overgangsrecht viel en daar in 2013 geen gebruik van heeft gemaakt, krijgt hier in 2015 opnieuw de gelegenheid toe. De 80%-regeling geldt dan ten hoogste voor het bedrag van de levensloopaanspraken op 31 december 2013. Deze regeling zal maar voor één jaar gelden, en komt dus met ingang van 1 januari 2016 te vervallen.

Eigen woning

Rente op restschuld langer aftrekbaar

De maximale periode voor aftrek van rente en kosten op restschulden wordt met ingang van 1 januari 2015 verlengd van tien jaar naar vijftien jaar. Dit is ook een van de plannen die op Prinsjesdag bekend werd gemaakt. Volgens het kabinet is deze maatregel nodig omdat op de huizenmarkt momenteel veel ‘huizen onder water’ staan als gevolg van prijsdalingen. Huizenbezitters houden bij verkoop een restschuld omdat de verkoopprijs van hun woning lager is dan hun eigenwoningschuld. Met deze verlenging hoopt het kabinet dat de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis te verminderen en de aankoop van een ander huis te vergemakkelijken.

Twee keer hypotheekrenteaftrek

Wie naast zijn huidige eigen woning een leegstaande woning bezit die zijn eigen woning was of zal gaan worden, kan gedurende een bepaalde periode beide woningen aanmerken als eigen woning. Dat betekent dus twee maal hypotheekrenteaftrek. Deze periode waarin u voor twee eigen woningen de hypotheekrente kan aftrekken, was tijdelijk verlengd van twee naar drie jaar. Deze verlenging zou op 1 januari 2015 eindigen, maar is in het Belastingplan 2015 structureel gemaakt.

Let op!

Verhuurt u uw voormalige oude woning? Dan kunt u na de beëindiging van de verhuur de hypotheekrente voor die woning weer aftrekken tot maximaal drie jaar nadat u de woning hebt verlaten. Ook deze tijdelijke maatregel wordt per 1 januari 2015 structureel gemaakt.

Administratieve verplichtingen

Regeling belastingrente wordt verruimd

Het kabinet heeft naar aanleiding van een arrest van het Europese Hof besloten de huidige fiscale renteregelingen te verruimen. Het Hof heeft op 18 april 2013 beslist dat een belastingplichtige die recht krijgt op een belastingteruggave omdat achteraf is gebleken dat de heffing (en inning) van belasting strijdig is geweest met het Unie-recht, ook recht heeft op belastingrente. Er wordt voortaan conform bovengenoemde uitspraak een passende rentevergoeding geboden door in deze situaties invorderingsrente te vergoeden. Het tijdvak waarover invorderingsrente wordt vergoed begint te lopen op de dag volgend op de dag waarop de belasting is betaald of op aangifte is voldaan of afgedragen, en eindigt op de dag voorafgaand aan die van de terugbetaling.

Tip!

Ook de dividendbelasting wordt onder de regeling voor belastingrente gebracht. De Belastingdienst zal dus in beginsel ook belastingrente moeten vergoeden als de teruggaafbeschikking niet wordt vastgesteld binnen acht weken na een verzoek hierom.

Belastingdienst hoeft aftrekpost niet jaarlijks te controleren

De inspecteur begaat geen ambtelijk verzuim als hij in een bepaald jaar een correctie aanbrengt op een aftrekpost, maar de aftrek in de aangifte van een later jaar gewoon accepteert. Als de inspecteur achteraf merkt dat de opgegeven aftrekpost opnieuw onjuist is, mag hij volgens de Hoge Raad navorderen. In deze zaak wilde de fiscus over het jaar 2007 inkomstenbelasting navorderen. Die navordering vloeide voort uit een correctie die de inspecteur alsnog wilde aanbrengen in de eigenwoningaftrek, de scholingsuitgaven en de giften. De inspecteur had namelijk bij de aangifte inkomstenbelasting 2005 al vragen gesteld over die posten, maar de belanghebbende had die vragen toen niet beantwoord en geen bewijzen geleverd voor de aftrekposten. Volgens de rechtbank beging de inspecteur een ambtelijk verzuim door de aangifte over 2007 toch te volgen. Het hof was van oordeel dat de gang van zaken op zich geen ambtelijk verzuim impliceerde. De inspecteur volgde een aangifte waarin de belastingplichtige soortgelijke aftrekposten opgaf. Volgens het hof was de inspecteur na het opleggen van de primaire aanslag over 2007 achter nieuwe feiten gekomen, en mocht daarom de te weinig betaalde belasting navorderen. De Hoge Raad bevestigde deze uitspraak van het hof.