Vaknieuws

Geschreven op
26 juni 2019


Deel dit artikel

Facebook

Twitter

LinkedIn

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Maak afspraak over inhouding loonheffing met opdrachtnemer

Als een opdrachtgever met een opdrachtnemer een overeenkomst van opdracht aangaat, moet hij daarin duidelijk vastleggen of hij wel of geen loonheffingen op de overeengekomen vergoeding inhoudt. Laat de opdrachtgever dit na, dan mag hij van Hof Den Haag niet zomaar loonheffingen inhouden. Zelfs niet als hij vreest dat met het achterwege laten van inhouding van loonheffingen een boete van de Belastingdienst riskeert. In zo’n geval zal het risico van deze boete volgens het hof voor zijn rekening komen. Om deze ongewenste situatie te voorkomen moet de opdrachtgever dus afspraken maken met de opdrachtnemer over de inhoudingsplicht en de uitvoering daarvan.

Naheffing door wanverhouding verloonde uren en productie

Het komt in de praktijk voor dat een werkgever zijn werknemers laat werken voor een derde tegen een vergoeding. Een manier om deze vergoeding te berekenen is door deze te stellen op het verschil tussen de gerealiseerde aantallen vermenigvuldigd met de stuksprijs die het bedrijf normaal gesproken zou factureren en de loonkosten van de derde voor die arbeidskrachten. Blijkt in zo’n geval de vergoeding op een hoog bedrag uit te komen vanwege een hoge productie, dan kan een oplettend inspecteur zich afvragen of de productie per verloonde werknemer wel reëel is. Is sprake van een wanverhouding tussen de productie en de verloonde uren, dan is het aannemelijk dat de werkgever meer werknemers heeft laten werken voor de derde dan hij heeft opgegeven. Hij kan dan naheffingsaanslagen loonheffingen verwachten, al dan niet verhoogd met boetes.

Recht op levering van aandeel behoort tot vertrekvergoeding

Als een werknemer bij het beëindigen van zijn dienstbetrekking een excessieve vertrekvergoeding ontvangt, moet zijn werkgever daarop een pseudo-eindheffing inhouden. Bedragen die de werknemer ontvangt met de uitoefening of verkoop van een aandelenoptierecht, tellen niet mee bij de berekening van het excessieve deel. Het optierecht moet dan wel zijn toegekend vóór of in het tweede kalenderjaar voor het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt. Rechtbank-Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een recht op levering van aandelen zelf niet is gelijk te stellen met een werknemersoptierecht. Een aan een werknemer toegekend recht op levering van een aandeel verhoogt dus zijn loon en kan leiden tot een hogere pseudo-eindheffing.