Vaknieuws

Geschreven op
13 augustus 2018


Deel dit artikel

Facebook

Twitter

LinkedIn

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Alleen nog voor toekomst sectorindeling te wijzigen

De hoogte van de WW-premie die u als werkgever moet betalen, hangt onder meer af van de sector waarin u bent ingedeeld. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangekondigd maatregelen te zullen nemen met betrekking de sectorindeling. Deze wijzigingen hebben terugwerkende kracht tot 29 juni 2018, 17:00 uur. Zo kunt u in beginsel niet meer met terugwerkende kracht uw sectorindeling laten wijzigen. Als u uw sectorindeling laat wijzigen, zal de wijziging ingaan op een datum in de toekomst. Hebt u als werkgever door een verkeerde indeling te weinig premies betaald? Dan kan de Belastingdienst uw indeling wel met terugwerkende kracht veranderen. Een andere wijziging ziet op de gesplitste aansluiting. Met een gesplitste aansluiting kon u op verzoek voor verschillende delen van uw onderneming in verschillende sectoren zijn ingedeeld. Maar de Belastingdienst zal zulke verzoeken niet meer in behandeling nemen. Ook konden werkgevers voorheen binnen een concern en nevenbedrijven en -instellingen worden ingedeeld in dezelfde sector. De Belastingdienst neemt zulke verzoeken nu evenmin in behandeling. De wijzigingen hebben geen effect op de wijze waarop u op dit moment bent ingedeeld.

 

Bereid u voor op wijzigingen in loonheffingen in 2019

Inmiddels zijn enkele wijzigingen bekend geworden die in 2019 gaan plaatsvinden op het gebied van loonheffingen. Zo zult u als werkgever de code incidentele inkomstenvermindering ‘O’ (Onbetaald verlof) moeten gebruiken in de aangifte loonheffingen als een werknemer minder gaat verdienen omdat hij levensloopverlof opneemt. Is neemt een werknemer van 61 jaar of ouder fulltime levensloopverlof op, maar blijft zijn dienstbetrekking bestaan? Dan zal u bij de bestaande inkomstenverhouding code ‘O’ moeten kiezen. Het uitgekeerde levenslooptegoed neemt u op onder een nieuw nummer inkomstenverhouding. Besef ook dat op 1 januari 2109 de AOW-gerechtigde leeftijd stijgt naar 66 jaar en vier maanden. Een andere wijziging ziet op stukloon. Werkgevers die bij stukloon het aantal verloonde uren bijhouden, moeten deze uren ook gaan opgeven in de aangifte. Vul alleen 0 in als u geen uren bijhoudt. Ook de bijtelling voor het privégebruik van auto’s van de zaak zonder CO2-uitstoot wijzigt. Deze bijtelling wordt in beginsel 4% van de cataloguswaarde voor zover deze niet meer bedraagt dan € 50.000. Voor zover de waarde hoger is dan € 50.000, past u een bijtellingspercentage van 22% toe. Op grond van overgangsrecht kunnen echter andere percentages gelden.

Let op!

Als u buitenlandse werknemers in dienst hebt, moet u weten dat vanaf 1 januari 2019 u niet meer het belastingdeel van de loonheffingskorting bij hen mag toepassen. Voor zover deze werknemers in Nederland premieplichtig zijn, mag u wel het premiedeel van de heffingskorting toepassen. Vanwege dit onderscheid tussen werknemers die inwoners zijn van Nederland en niet-inwonende werknemers zullen ook meer loonbelastingtabellen komen. Daarnaast kunt u vanaf 2019 niet meer volstaan met het opgeven van het tijdelijke Nederlandse adres van een buitenlandse werknemer. U zult zijn buitenlandse adres moeten opgeven of anders het anoniementarief moeten toepassen.