Vaknieuws

Geschreven op
7 augustus 2017


Deel dit artikel

Facebook

Twitter

LinkedIn

Eigen woning

Renteswapkosten niet aftrekbaar als hypotheekrente

Stel dat een belastingplichtige zijn lopende leningen voor zijn eigen woning oversluit. Op de nieuwe kredietovereenkomst betaalt de eigenwoningbezitter een variabele rente. Door ook een zogeheten forward starting interest rate swap aan te gaan, betaalt hij effectief gezien een vaste rente. De vraag die deze situatie oproept is of de kosten van de forward starting interest rate swap kwalificeren als aftrekbare kosten van de eigenwoningschuld. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval is. Men moet het begrip aftrekbare kosten van de eigen woningschuld beperkt uitleggen. Uitsluitend kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld, kwalificeren als aftrekbare kosten. Hieronder vallen ook taxatiekosten, afsluitprovisies en hypotheekaktekosten. Maar de vergoeding voor een swapovereenkomst is geen aftrekbare uitgave. Zelfs als partijen bij het aangaan van de herfinanciering een samenhang bedoelen tussen de overeenkomsten van geldlening en de swapovereenkomsten, is die samenhang onvoldoende om de kosten van renteswaps gelijk te stellen met hypotheekrente.

Samenwoner telde als derde tijdens uitzending

Als een eigenaar van een eigen woning wordt uitgezonden naar het buitenland, valt zijn eigen woning in box 3 tenzij wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde voor de eigen woning om in box 1 te blijven is dat gedurende de uitzending de woning niet aan derden ter beschikking wordt gesteld. In een recente zaak voor Rechtbank Gelderland was een man in 2008 uitgezonden naar Duitsland. De vrouw waarmee hij jarenlang samenleefde, bleef achter in de woning. In deze situatie was geen sprake was van een huwelijk, geregistreerd of fiscaal partnerschap. Vanaf het moment van de uitzending was evenmin sprake van een gemeenschappelijke huishouding. Daardoor telde de vrouw als een derde. Omdat zij als derde de beschikking over de woning had, kon de woning niet langer als eigen woning kwalificeren en viel bij de man in box 3.

Let op!

Tot 1 januari 2008 was het voeren van een gezamenlijke huishouding een voorwaarde voor ongehuwden om te kwalificeren als partner voor de inkomstenbelasting. Deze voorwaarde geldt niet meer. Ongehuwden moeten nu geregistreerd staan op hetzelfde woningadres in de basisregistratie personen.