Vaknieuws

Geschreven op
18 augustus 2015


Deel dit artikel

Facebook

Twitter

LinkedIn

BTW-Aftrek

BTW

Btw-aftrek voor moeiende holding van personenvennootschap

Als een holding deelneemt in het beheer van al haar dochterondernemingen en daarvoor economische activiteiten verricht, worden de kosten in verband met het verwerven van deelnemingen in de dochterondernemingen aangemerkt als algemene kosten. In beginsel heeft de zogeheten moeiende holding dan ook recht op aftrek van voorbelasting. Wel is de aftrek van voorbelasting beperkt als de holding ook vrijgestelde prestaties verricht. Als de holding maar een deel van deze dochterondernemingen beheert, behoren ook maar een deel van de verwervingskosten tot de algemene kosten. In dat geval kan de holding alleen de btw aftrekken die is voldaan over kosten die inherent zijn aan de economische activiteit. Dit heeft het Hof van Justitie van de EU bevestigd in een recent arrest. Tevens merkte het Hof op dat dit alles in beginsel ook geldt als de dochterondernemingen geen rechtspersoonlijkheid hebben.

Let op!

Het Hof oordeelde verder dat lidstaten in beginsel het vormen van een fiscale eenheid voor de btw niet alleen mogen toestaan aan rechtspersonen. Belastingplichtigen kunnen echter geen direct beroep doen op de desbetreffende bepaling in de BTW-Richtlijn.

Ook bij verlegging pro rata-methode toepassen

Bij de berekening van de aftrekbare voorbelasting moet de ondernemer de pro rata-methode niet alleen toepassen op gefactureerde btw, maar ook op verlegde btw. Zo had een lichaam facturen ontvangen van twee beheermaatschappijen voor het verrichten van managementdiensten. De btw over de managementfees was verlegd. Het lichaam meende dat de managementfees moesten worden aangemerkt als kosten zonder omzetbelasting. In dat geval zou de verlegde btw volledig aftrekbaar zijn. Maar Rechtbank Den Haag heeft dit standpunt afgewezen. Ook voor verlegde btw geldt de pro rata-methode. Het lichaam moest deze methode toepassen omdat het zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichtte en de beheerswerkzaamheden op al deze prestaties zagen. Natuurlijk kunt u bij ons terecht voor meer informatie over de berekening van uw verschuldigde btw.

Succesvolle btw-procedure kan leiden tot OVB-naheffing bij ander

Bij een btw-belaste levering van een onroerende zaak is de koper onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Maar voert de verkoper met succes een beroepsprocedure tegen de afdracht van de omzetbelasting, dan kan de Belastingdienst overdrachtsbelasting naheffen bij de koper. Dit gebeurde ook in een zaak voor Zeeland-West-Brabant. Een echtpaar had in 2008 een appartement gekocht waarbij btw was gefactureerd. De verkoper meende echter dat de levering moest zijn vrijgesteld van btw en startte een beroepsprocedure. Nadat de Hoge Raad de verkoper in het gelijk stelde, kreeg de koper van het appartement een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur mocht naheffen. De fiscus had geen vertrouwen opgewekt door het echtpaar niet te waarschuwen voor een mogelijke naheffing van overdrachtsbelasting. Een dergelijke waarschuwing zou zelfs zijn geheimhoudingsplicht schenden.