Vaknieuws

Geschreven op
7 augustus 2017


Deel dit artikel

Facebook

Twitter

LinkedIn

Auto

Overheid vernietigt ANPR-gegevens

In februari 2017 van dit jaar oordeelde de Hoge Raad dat het gebruik van beelden die met ANPR-camera’s zijn vastgelegd een ontoelaatbare inbreuk op de privacy vormt. Naar aanleiding van dit arrest heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de Belastingdienst verzocht de beelden inclusief de bijbehorende metadata (gegevens over de datum, tijd en plaats) te vernietigen. De staatssecretaris van Financiën liet onlangs weten dat deze vernietiging begin mei 2017 heeft plaatsgevonden. Hij kan echter niet uitsluiten dat in decentrale bestanden nog ANPR-camerabeelden zijn opgeslagen. De fiscus zal de komende tijd onderzoeken hoe eventuele beelden daaruit alsnog te verwijderen en te vernietigen zijn. De Belastingdienst gaat bovendien de verwerkingstijd en de periode waarin de vernietiging van de fiscaal niet-relevante camerabeelden plaatsvindt voor de motorrijtuigenbelasting en BPM opnieuw beoordelen. De processen worden zo mogelijk versneld. Na aanpassing van die processen wil de fiscus in overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens weer ANPR-camerabeelden gebruiken.

Bestelauto met afneembare bovenbouw

Als een ondernemer een bestelauto voor meer dan 10% gebruikt ten behoeve van zijn onderneming, kan hij een vrijstelling van BPM en een lager tarief voor de motorrijtuigenbelasting toepassen. Motorrijtuigen met ‘oplegtrekker’ of ‘afneembare bovenbouw’ als bovenbouwvermelding zijn zonder oplegger, aanhanger, afneembare opbouw of container ook te gebruiken. Strikt genomen zijn deze voertuigen geen bestelauto’s. Maar de staatssecretaris keurt goed dat een motorrijtuig met een (kaal) chassis waarop een koppelschotel met een hulpframe of containerframe is gemonteerd, wordt aangemerkt als een bestelauto. Hetzelfde geldt voor een motorrijtuig dat is gekeurd met een afneembare bovenbouw op het moment dat de bovenbouw tijdelijk niet aanwezig is. Voor de rest moet het motorrijtuig wel voldoen aan de inrichtingseisen voor bestelauto’s.

Tarief 2014 voor BPM-aangifte over 2015

In een recente zaak voor Rechtbank Noord-Holland had een vrouw in 2015 aangifte BPM vanwege de registratie van een Fiat 500C 1.9 TwinAir Easy. Ze ontdekte aan de hand van een overzicht uit het Nederlandse kentekenregister dat 87 referentievoertuigen in 2015 waren onderworpen aan het lagere BPM-tarief van 2014. De Belastingdienst stelde dat de aangifte voor deze referentievoertuigen vermoedelijk al in 2014 waren gedaan. Voor de rechtbank maakte dat niet uit, omdat het belastbare feit – de registratie – had plaatsgevonden in 2015. In deze situatie was sprake van een verboden vorm van fiscale discriminatie. De rechtbank oordeelde daarom dat de vrouw ook het BPM-tarief voor 2014 mocht toepassen.